|
|
|
 |

Voorgeschiedenis
Voordat Stichting Witte Mus in 2009 opgericht werd, is er 12 jaar lang eerst gehobbied
en later gewerkt met huismussen.
Stichting Witte Mus bestaat pas sinds 14 oktober 2009.
De eerste bestuurders ervan zijn mevrouw E.F. Karman (voorzitter), de heer C.H.A. Keyer
(algemeen bestuurslid) en de heer F.T. van der Veek (penningmeester/secretaris).
Twee van de bestuurders hebben een 11 jarige staat van "dienstbaarheid
aan de huismus" onder hun riem, waarin vele oplossingen zijn gezocht en gevonden.
Met als resultaat een (in volkomen vrijheid levende) grote groep huismussen, die al een aantal
jaren lang drie seizoenen van het jaar uit honderden individuen bestaat;
waarvan de meeste broedparen 4 nesten per jaar doen uitvliegen en
waarvan de jongen ieder jaar uitzwermen over een groter gebied.
Anno 2009 waren er meer dan 60 broedparen geteld, die ieder dat jaar minimaal 3 nesten van 4
of meer jongen hebben doen uitvliegen.
Dat brengt de aanwas van dat jaar op minimaal 720 huismussen, ware het niet dat er
sperwers, ransuilen, eksters, kauwen, vlaamse gaaien en andere rovende vogels zijn geweest,
die ook jongen hadden en die voor het groot brengen ervan de huismus als voedsel nodig gehad hebben.
Sinds de winter van 2010 kunnen we hier een kerkuil aan toevoegen.
Met het ondersteunen van de huismus zoals dat op het erf van de Stichting gebeurd, worden
dus ook diverse roofvogel soorten geholpen, maar dat is niet het primaire doel van Stichting Witte Mus.
Terugblik
Februari 1997; twee van de bestuurders van de huidige Stichting Witte Mus verhuizen
van Amsterdam naar Andijk, en wel naar Dijkweg 162, aan het IJsselmeer. Dat voorjaar is er een muggenplaag.
In de winter van 1997 naar 1998 werden daar, voor het eerst, de enkele aanwezige
huismussen bij gevoerd, zodat die 's zomers konden helpen met de muggenplaag.
In 1998 werd een begin gemaakt met het ontwikkelen van een dier- en
vogelvriendelijke tuin. Daarbij zijn ook twee vijvertjes voor salamanders, kikkers en
padden aangelegd, waarvan 1 diep genoeg voor kikkers om te overwinteren.
In de zomer van 1999 werd besloten om 's zomers de huismussen ook te blijven voeren
omdat de populatie al te groot bleek voor de hoeveelheid beschikbare muggen. De tuin
produceerde nog niet voldoende zaden.
Relaties met handelaren in vogelvoer werden in de loop der er op volgende jaren
gelegd.
Omstreeks het jaar 2000 werd het achtererf afgesloten -met schutting en kippengaasvoor
katten. Het gevolg was dat de huismussen veel levensruimte kregen in dat deel
van de tuin, waar ze volop gebruik van maakten.
In 2001 bleken er te weinig slaapplaatsen voor de huismussen te zijn.
Daarom extra klimop tegen een 4 meter hoge muur geleidt. Ook werden de meters
hoge gwoekerendeh bamboes als korenschoven bij elkaar gebonden zodat mussen ook
daar beschut in zouden kunnen slapen.
Rond 2002 verscheen de eerste sperwer in de achtertuin. Het was een vrouwtje. Vanaf
dat jaar is het erf niet meer zonder sperwers geweest.
In de herfst van 2003 waren de grote herfstzwermen van huismussen voor het eerst
zichtbaar rond ons erf. In de jaren daarna werd dat fenomeen een toeristische attractie.
In 2004 werden er vogels vergiftigd, waarschijnlijk was de actie gericht op turkse
tortelduiven. In dat jaar zijn er zeer veel zieke en dode huismussen gevonden.
In dat zelfde jaar hebben de huidige bestuurders daarom voor het eerst werk gemaakt
van de bescherming van ghunh populatie huismussen, door de Algemene Inspectie
Dienst, onderdeel van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en
vogelopvang De Bonte Piet in te schakelen bij het opsporen van de veroorzaker en het
oplossen van dit probleem. Het is niet gelukt de schuldige te vinden, maar door de
publiciteit is het na dat jaar niet meer voor gekomen.
In 2004 werd in Andijk een grond-voerkooi ontwikkelt om grotere vogels bij het
mussenvoer vandaan te houden; een kooi van gaaspanelen met maaswijdten van 5 bij
5 centimeter. Die maaswijdte is precies groot genoeg voor mussen, om naar believen in
en uit de kooi te gaan.
Grond-voerkooi van 1m 20 vierkant waar huismussen naar believen vanaf de bovenkant door het gaas
naar binnen duikelden en langs zijkanten weer vertrokken.
In de zomer van 2005 werden zelfgemaakte verkeersborden geplaatst om
automobilisten te waarschuwen voor roekeloze jonge huismussen, die al te enthousiast
de weg op fladderden, achter vliegmieren aan, met 9 doden in 1 week tot gevolg. Het
werkte uitstekend; er waren vanaf dat moment 's morgens en 's avonds geen dode
musjes meer op straat te vinden.
In de zomer van 2005 werd een witte mus geboren en groot gebracht door huismus
ouders. Hij of zij heeft zich tot en met 2008 regelmatig laten zien.
In november 2005 verscheen, naar aanleiding van de dominomus, een uitgebreid
artikel in het Noord Hollands Dagblad over de populatie huismussen op het erf waar
later Stichting Witte Mus gevestigd zou worden.
In 2006 werd een boom-voerkooi ontwikkeld, om ook muizen van het mussenvoer af te
houden. Van hetzelfde gaas als de grond-voerkooi, en gaandeweg met steeds grotere
diameter voor de veiligheid van de in de kooi fouragerende mussen; de snavels van
kauwen zijn lang.
Eveneens in 2006 werd een pad van scherp zand aangelegd, waardoor de mussen bij
droog weer hun zandbad en maag-steentjes ter beschikking hadden.
In 2007 werd een zieke ransuil met hulp van een lokale dierenarts opgevangen en
uiteindelijk in slaap gebracht; ook die bleek haar jachtterrein boven het erf van
Stichting Witte Mus te hebben gehad.
In de herfst van 2008 bleek een van de jonge vrouwtjes huismussen een veel te lang
uitgroeiende bovensnavel te krijgen. Ze had het er moeilijk mee en we hebben haar het
volgende voorjaar ook niet meer gezien. De snavelvervorming bij huismussen bleek
vaker te zijn voor gekomen en zelfs al een naam te hebben; Pinokkio.
In 2008 werd besloten dat de populatie huismussen te groot werd voor twee personen
om te onderhouden en werd contact gezocht met financiers. Het Dinamo Fonds is de
eerste geweest die financiering (onder voorwaarden) toe zegde; van de oprichting van
de stichting.
In 2009 werden domeinnamen gereserveerd voor de op te richten Stichting Witte Mus
en voor een bijbehorend forum over huismussen.
In 2009 werd een voorlopige website voor Stichting Witte Mus ondergebracht op
http://www.stolpje.nl/wittemus .
In 2009 werden 6 mussenpotten (uit Belgie) op 4 meter hoogte op gehangen, nadat er
in 2008 verschillende jongen op de grond waren gevonden; blijkbaar door een tekort
aan nesten.
In 2009 werd een blog gestart waarop vrijwel dagelijks wordt bij gehouden hoe het de
populatie huismussen vergaat; http://wittemus.natuurlog.nl .
In 2009 werd een camera-objectief aan geschaft waarmee foto's van grotere afstand
genomen kunnen worden van de huismus-populatie. Een deel van deze foto's is op het
blog http://wittemus.natuurlog.nl te zien.
In 2009 werd tevens een youTube kanaal aangemaakt voor de op te richten stichting
Witte Mus; http://www.youtube.com/user/stichtingWitteMus . Hier zijn korte video's te
zien die met een foto-toestel zijn gemaakt.
In 2009 werd een begin gemaakt met een voerkooi van 1 meter 80 in het vierkant. Dit
project loopt nog.
In 2009 werd contact gezocht met gelijk gezinden, nog mondjesmaat, maar een ervan
is toch niet de geringste waar inmiddels regelmatig contact is, namelijk Kees Heij, de
mussenprofessor van Nederland.
Een begin werd eveneens in 2009 gemaakt met mogelijke afspraken over het ontsluiten
van de archieven van huismus-onderzoeken, verzameld door Kees Heij.
Op 14 oktober 2009 werd Stichting Witte Mus opgericht. Met als eerste bestuurders
mevrouw E.F. Karman, de heer C.H.A. Keyer en de heer F.T. van der Veek.
Twee
|
 |